Gelijkheid onder druk: stelling nemen tegen etnisch profileren door de Nederlandse politie

Wat ik heel belangrijk vind voor de politie om zich te realiseren, is dat het geen eenmalige incidenten zijn. Als je iemand bent met een kleurtje, als ik het gewoon heel plat zeg, maak je heel veel van dat soort ervaringen mee.

Sidney Mutueel is een Nederlandse hoofdinspecteur van politie. Hij werkt al meer dan 23 jaar bij de politie, maar als hij buiten dienst is, wordt hij staande gehouden en gecontroleerd door zijn collega’s. Waarom? Omdat hij zwart is. “Dan word ik door mijn eigen collega’s staande gehouden en dan word ik op een hele brutale, onvriendelijke manier benaderd en dat doet iets met me,” zegt hij. Sidney is meerdere keren staande gehouden voor de ogen van zijn kinderen: “Als ik dat werkelijke verhaal vertel, hoe ik me op dat moment voelde, wat doet dat dan met het gevoel van mijn kinderen? En het gaat niet eens alleen om mijn kinderen, het gaat ook om de boodschap aan de hele samenleving.”

Sidneys verhaal staat in een nieuw rapport van het Open Society Justice Initiative en Amnesty International Nederland, over de impact van etnisch profileren. Veel Nederlanders die zichtbaar behoren tot een etnische minderheidsgroep, hebben het gevoel dat ze er door de politie speciaal worden uitgepikt. Niet vanwege iets dat ze zouden hebben gedaan, maar vanwege hun uiterlijk worden ze staande gehouden, gecontroleerd of gefouilleerd. 

In Gelijkheid onder druk: de impact van etnisch profileren vertellen tien Nederlanders—onder wie twee politiemedewerkers—hoe het is om onderworpen te worden aan proactieve politiecontroles.

“Mensen die zich hiervan niet bewust zijn denken: joh kom op, waar doe je moeilijk over?” zegt Prasand, een ICT-medewerker uit Amsterdam. “Wat ik heel belangrijk vind voor de politie om zich te realiseren, is dat het geen eenmalige incidenten zijn. Als je iemand bent met een kleurtje, als ik het gewoon heel plat zeg, maak je heel veel van dat soort ervaringen mee.”

Het afgelopen decennium nam in Nederland het aantal identiteitscontroles door de politie toe, en werden de bevoegdheden om preventief te fouilleren verruimd. Deze verruiming ging echter niet gepaard met de ontwikkeling van adequate verantwoordingsmechanismen om het gebruik van die bevoegdheden te reguleren. Het ontbreekt aan systematische monitoring: er zijn geen kwantitatieve gegevens over wie worden staande gehouden en gefouilleerd, om welke reden, en wat het resultaat van de controle is. Hiermee heeft de politie ruime discretionaire bevoegdheden gekregen, zonder dat ze daarover verantwoording hoeft af te leggen: er zijn geen manieren om mogelijk oneigenlijk gebruik of discriminerende toepassing te corrigeren.

Vorige maand publiceerde Amnesty International Nederland een rapport over proactieve politiecontroles: identiteits- en verkeerscontroles, preventieve fouilleeracties en immigratiecontroles. Uit dit rapport bleek dat etnisch profileren het niveau van geïsoleerde incidenten overstijgt. 

Door het ontbreken van politiegegevens over staandehoudingen, is het echter moeilijk te bepalen op welke schaal etnisch profileren precies voorkomt. Sommigen gebruiken deze informatieachterstand om publiekelijk te betogen dat het probleem helemaal niet bestaat. Gelukkig hebben de (politie)autoriteiten recentelijk een belangrijke stap vooruit gezet, door zich publiekelijk tegen etnisch profileren uit te spreken. Tijdens een bijeenkomst over etnisch profileren op 29 oktober verklaarde Gerard Bouman, korpschef van de Nationale Politie: “Op etnische kenmerken burgers selecteren, is juridisch en moreel gezien volstrekt verwerpelijk.”

Bovengenoemd Amnesty-rapport leidde in Nederland tot een zeer emotioneel debat over de vraag of het feit dat er etnisch wordt geprofileerd, tot de conclusie moet leiden dat Nederlandse politieagenten racistisch zijn. Maar in plaats van zo’n debat te voeren over de definities van dieperliggende gevoelens, is het wellicht nuttiger om te proberen het feitelijke optreden van de politie te veranderen. Het klopt dat etnisch profileren het gevolg kan zijn van een racistische houding van sommige agenten. Het is echter ook het gevolg van algemeen beleid en bredere beslissingen over de vraag hoe en waar identiteitscontroles, staandehoudingen en fouilleeracties moeten worden uitgevoerd.

Tot dusver was er weinig aandacht voor de impact van etnisch profileren. In de getuigenissen in ons rapport, beschrijven mensen die het is overkomen gevoelens van schaamte en angst wanneer ze midden op straat, en vaak zonder dat ze te horen krijgen waarom, worden staande gehouden voor de ogen van voorbijgangers. Onderzoek wijst op afgenomen vertrouwen bij mensen, met name uit minderheidsgroepen, die dergelijke staandehoudingen hebben ondergaan. Het gevolg kan zijn dat ze minder bereid zijn om met de politie samen te werken, waardoor de politie het juist moeilijker krijgt bij haar taakuitoefening en de openbare veiligheid afneemt.

De verhalen in het rapport onderstrepen de noodzaak van ingrijpen. Abulhassan, een filosofiestudent uit Rotterdam, waarschuwt voor de gevolgen wanneer etnisch profileren niet wordt aangepakt: “Je krijgt geen veilige samenleving als je niet-bedreigende mensen gaat aanspreken en fouilleren. En dan is er nog een heel belangrijk punt: als je mensen systematisch discrimineert, dan krijg je mensen die niet loyaal zijn naar de samenleving waarin zij zich bevinden. En eigenlijk ook terecht, omdat die samenleving ze niet helemaal accepteert. ”

Etnisch profileren ondermijnt de Nederlandse idealen van gelijke behandeling en non-discriminatie, zoals die zijn vastgelegd in de Grondwet. Ervaringen van onrechtvaardige politiebehandeling creëren niet alleen wantrouwen in de politie, maar dragen ook bij aan een breder gevoel van afwijzing. In de woorden van Anass, een ICT-student uit Gouda: “Het is niet goed dat ze mij eruit pikken omdat ik Marokkaan ben. Dat kan agressie opwekken of depressie. Je gaat ineens helemaal beseffen dat je helemaal niet welkom bent hier.”

Add your voice